Column. Tiel, 9 mei 2026. Daar sta ik dan met drie dozen boeken - een verse thriller, roman en dichtbundel - bij de ingang van de grote zaal bij Van der Valk. Ik bevind mij op het MH Books Event. Ik krijg een badge en tafel 132 toegewezen, samen met Lenny, een collega-auteur, geflankeerd door Jet, onze uitgever bij Avenir Publishing en aan mijn andere zijde Simone, een schrijver die ik ken van de Deventer boekenmarkt. Boven ons hangen moderne zwarte kroonluchters. De sfeer is wat gelaten. Her en der verrijzen gekleurde baniers met namen van auteurs en hun werk. Die heb ik nog niet, de dames aan beide zijden gelukkig wel! Wat mij verder opvalt: 90% van de deelnemers is vrouw, net als hun volgers zo te zien. Sommigen zijn uitgedost in zwarte jurken, heksenkostuums, erotische pakjes of gehuld in een boekenkastjurk.
Ik bevind mij duidelijk in een nichemarkt die ik nog niet ken. Na een groepsfoto mogen de bezoekers naar binnen; het feest kan beginnen. Snel doe ik nog even een rondje langs de kramen. In het midden sta ik in de file voor een tafel met fantasyromans. Daarnaast eentje met gekleurde gehaakte penissen en nog een stand met fantasy. Het heeft iets wanhopigs; honderden selfpublishers die schreeuwen om aandacht. Ben ik wel op het goede feestje? Ik heb nog een gesprekje met een Belg uit Oostende die een boek heeft geschreven over Torrevieja - daar heb ik in het voorjaar van 2024 mijn roman ‘Zomervogels’ afgerond, vertel ik hem - en ren terug naar mijn tafel in de hoek. Daar is de koffiejuffrouw! Dan is het zitten en wachten op bezoekers. Maar die komen niet. Ja, er lopen genoeg mensen voorbij, maar niemand houdt stil voor een praatje. Geen vragen, geen oogcontact, niets! Is het mijn kapsel, mijn geur, vallen mijn boeken wel genoeg op, te veel kleur misschien, te divers, te weinig onderscheidend? Jet en ik kijken elkaar aan: ‘Misschien moet het nog even groeien.’ Maar het groeit niet. Op een enkeling na komt niemand naar mijn rijkgevulde tafel. Opnieuw is daar de koffiemevrouw, zij praat tenminste wel tegen me. Ik wil het bijna uitschreeuwen: ‘Beste mensen, voor de betere literatuur moet u echt hier zijn!’
Niemand die mij hoort of ziet. Ik ben onzichtbaar en duidelijk in de verkeerde film beland. De tijd slentert voorbij. Nu is het wachten op een lunchpakket. De middag is niet anders, alleen nog rustiger. Weer koffie en nu ook fris. ‘Doe maar een Colaatje, houdt mij wakker!’ Aan het eind van de middag hervul ik teleurgesteld mijn dozen en tel mijn zegeningen. Ik heb zeggen-en-schrijven één boek verkocht; aan mijn buurvrouw welteverstaan. Of liever gezegd: geruild voor haar prachtige Rotterdamse briefroman. ‘Het gaat om de zichtbaarheid en het netwerken’, probeert een goede vriend mij te troosten. ‘Het ligt echt niet aan jouw kwaliteit als schrijver of als mens’, vervolgt hij. Die laatste zin knoop ik in mijn oren. Vanaf nu ga ik het anders doen; mij richten op een specifiek lezerspubliek; liefhebbers van de betere roman. Maar waar vind je die? Op het internet misschien. In ieder geval niet op een boekbeurs of boekenmarkt.